|

![[In aanbouw]](_borders/undercon.gif)

| |
Menno baron Van Coehoorn
Menno van Coehoorn werd geboren in 1641 op de Lusthoeve Lettinga
Staate, niet ver van Leeuwarden.
Zijn vader was Goosewyn van Coehoorn, door oudheid en adeldom van zijn
geslacht vermaard, "Capitein van eene Compagnie voetvolk", woonde
op het landgoed "Lettinga Staate" naderhand de Lusthoeve "Het Bergumer
Bosch" genoemd, dat in eigendom toebehoorde aan Henrik Casimier, Prins van
Nassau en Stadhouder van Friesland.
Hier was het dat Menno, toen nog maar een jongeling, door zijn kundige vader, in
de eerste beginselen van de krijgskunde werd onderricht en zichzelf beoefende in het maken van
vestingwerken, het opwerpen van wallen, loopgraven en mijnen. In één woord in alles wat
tot de wetenschap van een "Krygs-Bouwmeester" wordt
vereist.
Terzelfder tijd was aan de Hogeschool van Franeker verbonden Bernardus Fullenius,
die uitblonk in de wiskunde en vestingbouw.
Na eerder de leermeester van Jan Willem Friso te zijn geweest heeft hij zijn neef Menno van Coehoorn geschoold.
Reeds op zijn zestiende jaar Kapitein geworden, blonk Menno uit onder de verdedigers
van Maastricht, toen door Lodewijk de XIV belegerd.
Enkele jaren later zou hij door Prins Henrik Casimier tot kolonel van de beide
bataljons, Nassau-Friesland worden benoemd.
Bij de belegering van Grave maakte hij indruk op de stadhouder Willem III met de
door hem ontworpen "coehoornmortier", een draagbaar stuk geschut dat
de vuurkracht van de infanterist tot in de twintigste eeuw, sterk zou verhogen.
Zijn optreden bij de succesvolle herovering van de stad Namen bezorgde hem de
titel van Baron.
Als ingenieur is hij vooral beroemd geworden door zijn publicatie ."Nieuwe
vestingbouw op een natte of lage
horisont."
Het hierin gepresenteerde systeem zou bekend worden als het Nieuw-Nederlands stelsel.
Als ingenieur-generaal van de fortificatiewerken stond
Menno van Coehoorn voor een geweldige uitdaging.
Een nieuwe oorlog met de Fransen lag in het verschiet. De grenzen van de Republiek
moesten worden verdedigd. Naar zijn inzichten werden steden versterkt, forten
gebouwd en inundaties (onderwaterzetting) gesteld. De Fransen rukten op maar
werden tegengehouden en teruggeslagen.
In 1704 stierf Menno baron Van Coehoorn een natuurlijke dood.
Zijn drie kinderen zorgden voor het praalgraf in de PKN-
kerk te Wijckel.
Aan weerzijde van het praalgraf vindt men de grafstenen van Menno's zonen
Gozewijn Theodoor (overleden in 1736) en Hendrik Casimier (overleden in 1756).
Verder stenen voor Frederik
Willem van Limburg Stirum (overleden in 1747) en
Menno's dochter Geertruyd Alegonde (overleden in (1737)
klik hier voor historie

|